Italianen treiteren Nederlands kwartet: ‘Onze taal vinden ze maar gek’

Toen Stefan de Vrij in de zomer van 2014 een contract tekende bij Lazio Roma, was hij pas de derde Nederlander in de geschiedenis die bij de Romeinse club ging voetballen. Hoe anders is dat ruim een jaar later? Inmiddels staan ook Edson Braafheid en jeugdinternationals Ricardo Kishna en Wesley Hoedt onder contract bij de Biancocelesti en is Nederlands af en toe de voertaal op de training. 

In gesprek met Voetbal International geeft Hoedt aan dat het best wel speciaal is om met meerdere landgenoten bij Lazio te spelen. ‘Het is toch bijzonder dat we hier met z’n vieren spelen, al lopen we de deur niet bij elkaar plat’, zegt de verdediger van Jong Oranje. ‘Stefan, Edson Braafheid en ik spreken Italiaans, Ricardo Kishna is het aan het leren. We zijn dus geen aparte groep binnen het elftal. Wel is het fijn soms even Nederlands te kunnen praten. Onze Italiaanse teamgenoten maken daar wel grappen over. Ze vinden het maar gek, die Hollanders met hun g.’

Vooral De Vrij helpt Hoedt hier en daar een handje om de Italiaanse manier van verdedigen onder de knie te krijgen. ‘Stefan is een geweldige speler, een goed mens en een goed persoon. Toch is hij ook een concurrent. Ik kan net als hij rechts centraal achterin spelen’, vertelt Hoedt over de van een knieoperatie revaliderende De Vrij.

De oud-speler van AZ snapt dat hij in de pikorde voorlopig nog achter De Vrij staat. ‘Stefan voetbalt al een jaar in Italië, heeft een WK gespeeld en veel meer wedstrijden achter zijn naam staan. Hij is verder en helpt me waar hij kan. Dan doen wij Nederlanders sowieso wel.’

Praat Mee!